Uitspraak
[.] [A],
2.
[gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde onder 1,
3.
[gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde onder 1,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 12 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 19 oktober 2023 een verstekvonnis gewezen in een kort geding tussen [eiseres] B.V. en [A], bestaande uit een vennootschap onder firma en haar vennoten. [Eiseres] vorderde ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten wegens niet-naleving van de huurovereenkomst.
[A] is niet verschenen op de zitting en heeft geen tijdig uitstelverzoek ingediend, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelde de vorderingen op basis van de stellingen van [eiseres]. Uit de feiten blijkt dat [A] sinds het begin van de huurovereenkomst structureel tekortschiet in de huurbetalingen, ondanks eerdere betalingsregelingen. De huurachterstand bedroeg op het moment van dagvaarding € 8.582,30, en na een gedeeltelijke betaling nog € 6.082,30.
De kantonrechter achtte het aannemelijk dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen vanwege de ernstige tekortkoming van [A]. Daarom werd de ontruiming van de bedrijfsruimte binnen veertien dagen na betekening bevolen, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens werden de achterstallige huur, boetes, incassokosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat [eiseres] direct kan overgaan tot uitvoering.
Uitkomst: Verstekvonnis tot ontruiming bedrijfsruimte en betaling huurachterstand en bijkomende kosten binnen veertien dagen.