ECLI:NL:RBMNE:2023:5496

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 oktober 2023
Publicatiedatum
18 oktober 2023
Zaaknummer
10719442 UV EXPL 23-221
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:290 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 25.3 algemene bepalingen huurovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming bedrijfsruimte en betaling huurachterstand wegens structurele wanbetaling

De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 19 oktober 2023 een verstekvonnis gewezen in een kort geding tussen [eiseres] B.V. en [A], bestaande uit een vennootschap onder firma en haar vennoten. [Eiseres] vorderde ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten wegens niet-naleving van de huurovereenkomst.

[A] is niet verschenen op de zitting en heeft geen tijdig uitstelverzoek ingediend, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelde de vorderingen op basis van de stellingen van [eiseres]. Uit de feiten blijkt dat [A] sinds het begin van de huurovereenkomst structureel tekortschiet in de huurbetalingen, ondanks eerdere betalingsregelingen. De huurachterstand bedroeg op het moment van dagvaarding € 8.582,30, en na een gedeeltelijke betaling nog € 6.082,30.

De kantonrechter achtte het aannemelijk dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen vanwege de ernstige tekortkoming van [A]. Daarom werd de ontruiming van de bedrijfsruimte binnen veertien dagen na betekening bevolen, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens werden de achterstallige huur, boetes, incassokosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat [eiseres] direct kan overgaan tot uitvoering.

Uitkomst: Verstekvonnis tot ontruiming bedrijfsruimte en betaling huurachterstand en bijkomende kosten binnen veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10719442 \ UV EXPL 23-221
Vonnis in kort geding van 19 oktober 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
statutair gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. N.V.C. Haneveld,
tegen
1. de vennootschap onder firma
[gedaagde sub 1] ,
handelend onder de naam
[.] [A],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde onder 1,
wonend in [woonplaats] ,
3.
[gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde onder 1,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [A] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling van 12 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat op 19 oktober 2023 vonnis wordt gewezen.

2.De overwegingen van de kantonrechter

verstek
2.1.
De kantonrechter heeft na afloop van de mondelinge behandeling, die om 9.00 uur begon, kennisgenomen van een e-mailbericht dat de heer [gedaagde sub 2] die dag om 8:02 uur namens [A] aan de griffie van de rechtbank had gestuurd. De heer [gedaagde sub 2] schrijft in deze e-mail het volgende:
“Helaas ben ik verhindert voor de zitting.
Deze week is er met dhr [B] besproken dat er betaling van €2500 word gedaan en €1000 per week tot achterstand is voldaan.
Waarna het dan bij is.
Met [B] is ook de reden besproken.
Zitting zou wel doorgaan voor als dit niet na gekomen word en [B] dan wel vonnis heeft.”
2.2.
De heer [B] , de directeur van [eiseres] , heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij die ochtend contact met de heer [gedaagde sub 2] had gehad maar niet heeft ingestemd met een regeling.
2.3.
De kantonrechter verleent verstek tegen [A] omdat de dagvaarding op de voorgeschreven manier is betekend en [A] niet is verschenen en ook niet tijdig en met een goede reden om uitstel van de zitting heeft gevraagd. Dit betekent dat de kantonrechter de vorderingen van [eiseres] beoordeelt op basis van (alleen) de stellingen van [eiseres] .
de vordering en de onderbouwing daarvan
2.4.
[eiseres] vordert bij vonnis, gemotiveerd uitvoerbaar bij voorraad:
a. [A] hoofdelijk te veroordelen om de bedrijfsruimte aan het adres [straat] [nummeraanduiding 1] te ( [postcode] ) [plaats] , met al hetgeen van [A] is en ieder die bij hem verblijft, te ontruimen en te verlaten binnen drie dagen na dit vonnis onder afgifte van de sleutels aan (de beheerder van) [eiseres] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 of een bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, voor elke dag of deel daarvan dat [A] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 50.000,00;
b. [A] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 8.582,30 aan huurachterstand, althans een bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot en met de datum der algehele voldoening;
c. [A] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 900,00 aan boete ex artikel 25.3 van de algemene bepalingen, althans een bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot en met de datum der algehele voldoening;
d. [A] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 857,45 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot en met de datum der algehele voldoening;
e. [A] te veroordelen tot betaling van de in het proces-verbaal van 16 augustus 2023 opgenomen boete, ingaande op 1 september 2023 en lopende tot en met de dag der algehele betaling, bij het uitbrengen van de dagvaarding begroot op € 1.000,00, althans een bedrag door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;
f. [A] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 3.216,46 per maand, ingaande van 1 oktober 2023 tot en met het moment van ontruiming;
g. [A] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
2.5.
Aan deze vorderingen legt [eiseres] ten grondslag dat zij met [A] op 14 mei 2018 en vervolgens op 18 augustus 2020 een huurovereenkomst heeft gesloten met betrekking tot de bedrijfsruimte aan de [straat] [nummeraanduiding 2] - [nummeraanduiding 1] te ( [postcode] ) [plaats] . Op de huurovereenkomst zijn de algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro (hierna: de algemene bepalingen) van toepassing. De huidige huurprijs bedraagt € 3.216,46 per maand en is voor of op de eerste dag van de periode waarop de betaling betrekking heeft verschuldigd.
2.6.
[eiseres] stelt dat [A] sinds de aanvang van de huurovereenkomst steevast tekortschiet in zijn verplichting de huur te betalen. De huurachterstand was in 2022 dermate hoog dat [eiseres] een procedure bij de rechtbank aanhangig heeft gemaakt. Deze procedure is voorafgaand aan de mondelinge behandeling ingetrokken omdat partijen een betalingsregeling hadden getroffen en [A] had beloofd de huur vanaf 1 februari 2023 tijdig te voldoen. [A] is sindsdien echter opnieuw tekortgeschoten in zijn huurbetalingsverplichting, waarna [eiseres] een tweede procedure bij de rechtbank aanhangig heeft gemaakt.
2.7.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling van die zaak op 16 augustus 2023 opnieuw een regeling getroffen, die als volgt luidt:
“1. [A] zal voor 1 september 2023 de huur voor de maanden mei tot en met september 2023 aan [eiseres] betalen.
2. Als [A] niet in staat is toekomstige huurtermijnen voor de eerste van de maand volledig te voldoen dan zal hij telefonisch en per e-mail contact opnemen met de heer [B] . Indien [A] niet voldoet aan deze communicatieverplichting dan verbeurt hij aan [eiseres] een boete van € 100,- per dag dat deze tekortkoming optreedt, met een maximum van € 1.000,- per maand.
3. In het geval [A] een huurachterstand heeft doen ontstaan van drie maanden zal hij vrijwillig het gehuurde ontruimen.
4. [eiseres] ziet af van de contractuele boete.
5. [A] zal voor 1 september 2023 de buitengerechtelijke kosten ad. € 857,45 aan [eiseres] betalen.
6. Partijen dragen ieder de eigen kosten van deze procedure en verzoeken om doorhaling van de zaak.”
2.8.
[eiseres] stelt dat [A] deze regeling slechts gedeeltelijk is nagekomen. Zij stelt zich gezien het voorgaande op het standpunt dat [A] structureel en ernstig tekortschiet in zijn verplichting de huur te betalen en dat deze tekortkoming een ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure en daarop vooruitlopend ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Daarnaast vordert [eiseres] onder meer betaling van de achterstallige huur en nakoming van de afspraken die zijn opgenomen in het proces-verbaal. Er was ten tijde van de dagvaarding sprake van een huurachterstand van € 8.582,30. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [A] op 9 oktober 2023 nog een bedrag van € 2.500,00 heeft betaald, zodat nog een huurachterstand van € 6.082,30 resteert. [eiseres] heeft haar vordering onder b tot dit bedrag verminderd.
spoedeisendheid
2.9.
[eiseres] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij gelet op de structurele huurachterstanden een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.
toetsingskader
2.10.
De door [eiseres] gevraagde voorziening strekt tot betaling van een geldsom en tot ontruiming. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is alleen dan aanleiding, als het bestaan (en de omvang) van de vordering voldoende aannemelijk is, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat. Een vordering tot ontruiming is in kort geding slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering eveneens toewijst en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij of zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
betaling huurachterstand
2.11.
Vaststaat dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten op grond waarvan [eiseres] aan [A] bedrijfsruimte verhuurt aan de [straat] [nummeraanduiding 2] - [nummeraanduiding 1] in [plaats] . Als niet weersproken staat tevens vast dat sprake is van een huurachterstand die op dit moment € 6.082,30 bedraagt. De vordering van [eiseres] tot betaling van de huidige huurachterstand is daarom voldoende aannemelijk en zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals in de beslissing is bepaald.
ontruiming
2.12.
De huurachterstand bedroeg ten tijde van de dagvaarding ruim 2,5 maand en op dit moment ruim 2 maanden. [eiseres] heeft echter voldoende aannemelijk gemaakt dat [A] structureel tekortschiet in de betaling van zijn huurbetalingsverplichting en dat [A] na het treffen van eerdere regelingen steeds opnieuw een huurachterstand heeft laten ontstaan. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een ernstige tekortkoming aan de kant van [A] en acht het daarom voldoende aannemelijk dat de kantonrechter in een bodemprocedure op deze grond zal overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst. Dit brengt met zich dat de vordering tot ontruiming toewijsbaar is. Van [eiseres] kan in de gegeven omstandigheden niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De termijn waarbinnen [A] de bedrijfsruimte dient te ontruimen wordt door de kantonrechter gesteld op 14 dagen na de betekening van dit vonnis.
overige vorderingen
2.13.
De overige vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen.
kosten
2.14.
[A] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiseres] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
269,60
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
529,00
- nakosten
132,00
Totaal
1.444,60
2.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
hoofdelijke veroordeling
2.16.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
uitvoerbaarheid bij voorraad
2.17.
[eiseres] vordert dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat [eiseres] het vonnis direct kan (laten) uitvoeren als [A] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [A] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Of het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard, moet worden beoordeeld door een afweging van de belangen van partijen.
2.18.
[eiseres] heeft gesteld dat zij belang heeft bij haar vorderingen omdat zij wil voorkomen dat de huurachterstand verder oploopt en zij de bedrijfsruimte voor een hogere prijs aan een nieuwe huurder kan verhuren die wel aan zijn betalingsverplichting kan voldoen. Omdat [A] niet is verschenen, heeft hij zijn belangen niet naar voren kunnen brengen. Het is echter aannemelijk dat [A] een groot belang heeft om zo lang mogelijk gebruik te kunnen maken van de bedrijfsruimte zodat hij inkomsten kan verwerven en dat ontruiming waarschijnlijk het einde van zijn bedrijf zal betekenen. De kantonrechter is van oordeel dat de belangen van [eiseres] om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis toch zwaarder wegen dan de belangen van [A] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat sprake is van een structurele huurachterstand, dat [eiseres] in het verleden tegenover [A] coulant is geweest door onder meer twee betalingsregelingen te treffen maar dat dit niet tot tijdige huurbetaling heeft geleid. [A] heeft zich ook niet gehouden aan de afspraak om contact met de heer [B] op te nemen als hij de huur niet (tijdig) kon betalen. Van [eiseres] kan niet worden gevergd dat zij steeds procedures bij de rechtbank aanhangig maakt om haar huur voldaan te krijgen. Daarom zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verleent verstek tegen [A] ;
3.2.
veroordeelt [A] hoofdelijk om de bedrijfsruimte aan het adres [straat] [nummeraanduiding 1] te ( [postcode] ) [plaats] , met al hetgeen van [A] is en ieder die bij hem verblijft, te ontruimen en te verlaten binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis onder afgifte van de sleutels aan (de beheerder van) [eiseres] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag of deel daarvan dat [A] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 50.000,00;
3.3.
veroordeelt [A] hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 6.082,30 aan huurachterstand, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (BW) vanaf de datum van het vonnis tot en met de datum der algehele voldoening;
3.4.
veroordeelt [A] hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 900,00 aan boete ex artikel 25.3 van de algemene bepalingen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum van het vonnis tot en met de datum der algehele voldoening;
3.5.
veroordeelt [A] hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 857,45 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum van het vonnis tot en met de datum der algehele voldoening;
3.6.
veroordeelt [A] hoofdelijk tot betaling van € 2.000,00 terzake de in het proces-verbaal van 16 augustus 2023 opgenomen boete over september en oktober 2023;
3.7.
veroordeelt [A] hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 3.216,46 per maand, met ingang van 1 oktober 2023 tot en met het moment van ontruiming;
3.8.
veroordeelt [A] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.444,60, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [A] ook de kosten van betekening betalen;
3.9.
veroordeelt [A] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
3.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.