Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van de zitting van 4 oktober 2023 met daarin opgenomen het wrakingsverzoek;
- de reactie van mr. M.E. Heinemann (hierna: de rechter) van 9 oktober 2023.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze wrakingsprocedure heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter die de hoofdzaak behandelt. Verzoeker stelde dat hij niet beschikte over het dossier, dat de procedure frauduleus en onrechtmatig zou zijn, en dat de rechter in een eerdere procedure een nadelige beslissing had genomen.
De wrakingskamer heeft onderzocht of er sprake is van persoonlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Uit het dossier blijkt dat de advocaat van verzoeker toegang had tot het digitale dossier, en de enkele stelling van verzoeker dat hij zelf geen inzage had, leidt niet tot een schijn van partijdigheid.
Ook de beschuldigingen van een malafide en onrechtmatige procedure werden niet onderbouwd en kunnen geen aanleiding zijn voor wraking. De eerdere nadelige beslissing van de rechter in een andere procedure vormt eveneens geen grond voor wraking.
De wrakingskamer concludeert dat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd is en verklaart het wrakingsverzoek ongegrond. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.