Uitspraak
[eiser/verzoeker 1] , uit [woonplaats] , eiser/verzoeker, mede namens:
[eiser/verzoeker 7], uit [woonplaats] ,
De Raad van State
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek en het beroep niet tijdig beslissen voor zover dat ziet op het verzoek van 10 mei 2021 aan de Raad van State;
- verklaart het beroep niet tijdig beslissen voor zover het ziet op het Woo-verzoek niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het besluit op bezwaar van 13 oktober 2022 gegrond;
- vernietigt dat besluit op bezwaar;
- verklaart het bezwaarschrift van verzoekers niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treed van het vernietigde besluit op bezwaar;
- bepaalt dat de Raad van State het griffierecht van € 184,- aan verzoeker vergoedt;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Informatie over hoger beroep
voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.