De Gemeente Gooise Meren organiseerde een Europese openbare aanbesteding voor onderhoud van elementenverhardingen en calamiteitenoplossingen in riolering. Eiseres en een concurrent, [onderneming 1], schreven zich in. Na voorlopige gunning aan eiseres werd deze ingetrokken na bezwaar van [onderneming 1], waarna de opdracht voorlopig aan laatstgenoemde werd gegund.
Eiseres stelde dat [onderneming 1] niet voldeed aan financiële geschiktheidseisen omdat zij pas in 2019 was opgericht en niet over drie boekjaren kon beschikken. Ook stelde zij dat [onderneming 1] niet voldeed aan kerncompetenties voor calamiteitenonderhoud en dat herstel van het gunningscriterium communicatie niet was toegestaan. De Gemeente en [onderneming 1] voerden verweer en stelden dat de financiële eisen juist waren toegepast, mede op basis van een accountantsverklaring en dat de technische ervaring was aangetoond met een referentie van de gemeente Den Haag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Gemeente terecht gebruik maakte van discretionaire bevoegdheid om alternatieve bewijsstukken te accepteren wegens fiscale keuzes en oprichtingsdatum van [onderneming 1]. Ook werd geoordeeld dat de referentie van de gemeente Den Haag geldig was en voldoende ervaring aantoonde. Het bezwaar over het herstel van het gunningscriterium werd verworpen omdat geen wijziging van inschrijving had plaatsgevonden. De beoordeling van het gunningscriterium communicatie werd als juist en transparant beoordeeld.
De vorderingen van eiseres werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek tot voeging van [onderneming 1] werd toegewezen, het verzoek tot tussenkomst afgewezen.