ECLI:NL:RBMNE:2023:5594
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig onderzoek
Eiser verzocht om een WIA-uitkering op grond van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid per 1 november 2021. Het UWV had na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat eiser slechts 21,54% arbeidsongeschikt is, wat onder de vereiste 35% ligt voor een WIA-uitkering. Eiser betwistte dit en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat hij meer beperkingen heeft dan vastgesteld en dat de geduide functies niet geschikt zijn.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het onderzoek zorgvuldig heeft uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts dossierstudie, fysieke onderzoeken en aanvullende informatie van huisartsen en andere zorgverleners heeft betrokken. De rechtbank vond geen aanleiding om het ontbreken van een lichamelijk onderzoek in de bezwaarfase onzorgvuldig te achten. De medische beoordeling werd als juist en goed gemotiveerd beschouwd, waarbij eiser geen nieuwe medische informatie aanvoerde die tot een andere beoordeling zou leiden.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd door de rechtbank gevolgd. De functies die aan eiser werden toegerekend, zoals assemblagemedewerker en metaalbuiger, zijn passend binnen zijn beperkingen. De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser dat hij niet acht uur per dag zou kunnen werken of dat de functies niet geschikt zouden zijn.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering per 1 november 2021. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht vastgesteld dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen WIA-uitkering ontvangt.