Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van verzoeker met bijlagen 1 tot en met 10, binnengekomen op 3 april 2023;
- het F-formulier van verzoeker van 23 mei 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, geboren in 1939, verzocht de rechtbank om het juridisch vaderschap van de heer [Juridisch vader] te ontkennen en het vaderschap van de heer [Vader] vast te stellen. Dit verzoek werd ingediend op 3 april 2023, ruim na de wettelijke termijn van drie jaar na het bekend worden met het feit dat de heer [Juridisch vader] vermoedelijk niet de biologische vader is.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend volgens artikel 1:200 lid 6 BW Pro. De rechtbank overwoog dat de termijn geen ontoelaatbare inbreuk vormt op het familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, omdat rechtszekerheid en belangen van derden zwaar wegen.
Verzoeker stelde dat hij altijd wist dat de heer [Vader] zijn biologische vader was en dat hij in 1960 zijn achternaam wijzigde in die van de heer [Vader], maar niet dat het juridisch vaderschap daarmee gewijzigd werd. De rechtbank vond het opmerkelijk dat verzoeker dit niet eerder heeft opgemerkt, mede gezien zijn huwelijk en erfrechtelijke positie.
De rechtbank wees erop dat de erfeniskwestie mogelijk op andere wijze kan worden opgelost, bijvoorbeeld via een legaat. De beslissing is genomen door rechter A.G. van Doorn en griffier M.N. Cheuk A Lam op 26 juli 2023.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de driejaarstermijn voor ontkenning vaderschap.