ECLI:NL:RBMNE:2023:5625
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van appartement in Utrecht
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn appartement in Utrecht, vastgesteld op €220.000 per 1 januari 2021, en stelt dat de waarde niet hoger mag zijn dan €202.000. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en onderbouwt dit met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare referentiewoningen worden gebruikt.
De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn recent verkocht en vergelijkbaar qua type, ligging en grootte. Correcties zijn toegepast voor verschillen in kwaliteit, gebruiksoppervlakte en bouwjaar. Argumenten van eiser over de ongeschiktheid van een referentiewoning en waardedrukkende ligging worden verworpen, deels wegens te late indiening en deels omdat de waardedrukkende ligging reeds in de verkoopprijzen is verdisconteerd.
De rechtbank wijst ook een beroep op onvoldoende rekening houden met onderhoudstoestand af wegens strijd met de goede procesorde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €220.000 wordt ongegrond verklaard.