Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 22 april 2021 voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling en beroep heeft ingediend.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 6 februari 2023, een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd vanwege een zaterdag en de mogelijkheid tot verlenging bij overschrijding van de termijn voor het indienen van een zienswijze.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en vergoeding van het griffierecht.
De rechtbank wijst erop dat de dwangsomregeling van de Awb van toepassing is en dat verweerder eerder een maximale dwangsom heeft toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier L.M. Janssens-Kleijn, waarbij de griffier verhinderd was mede te ondertekenen.