Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[veroordeelde] ,
Feiten
Procedure
Inhoud verzoekschrift
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
niet-ontvankelijkin zijn verzoekschrift.
Rechtbank Midden-Nederland
De veroordeelde heeft bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een schadevergoedingsmaatregel opgelegd gekregen ter hoogte van € 1.015.902,97, vermeerderd met wettelijke rente, met gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.
Op 24 februari 2023 diende de veroordeelde een verzoekschrift in bij de rechtbank Midden-Nederland om matiging van dit bedrag tot € 60.000 en beperking van de gijzeling tot 30 dagen, stellende dat hij het bedrag niet binnen zijn leven kan voldoen. De rechtbank behandelde het verzoek op 15 augustus 2023, waarbij veroordeelde en zijn advocaat niet verschenen, ondanks oproep.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek gebaseerd was op artikel 6:6:26 Sv Pro, dat alleen ziet op ontnemingsmaatregelen, niet op schadevergoedingsmaatregelen. Ook artikel 6:6:25 Sv Pro is niet van toepassing. De juiste procedure valt onder artikel 6:4:20 Sv Pro, waarbij het Openbaar Ministerie beslist over gijzeling bij oninbare schadevergoedingsmaatregelen.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk wegens het niet volgen van de juiste rechtsgang. Dit betekent dat de matiging niet wordt toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het verzoek tot matiging van de schadevergoedingsmaatregel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste rechtsgang.