Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.DE PROCEDURE
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel voor een bedrag van € 375.321,00;
- de stukken behorende tot het dossier in de strafzaak met parketnummer 16/272842-21;
- het vonnis van deze rechtbank van 10 maart 2023 in de onderliggende strafzaak met parketnummer 16/272842-21;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzittingen van 6 januari 2023 en 24 februari 2022, alwaar de rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. I.M.F. Graumans en van hetgeen veroordeelde zijn raadsman en mr. S.J.F. van Merm, advocaat te Maastricht, naar voren hebben gebracht.