Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar
Inleiding
Feiten
Beslissing
6 november 2023.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €804.000 per 1 januari 2021 door de heffingsambtenaar van de gemeente. De heffingsambtenaar baseerde de waarde op een gebruiksoppervlakte van 198 m2 en een kavel van 570 m2, onderbouwd met een taxatiematrix waarin vergelijkbare woningen zijn meegenomen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen liggen in dezelfde omgeving, zijn recent verkocht en voldoende vergelijkbaar. Wel constateert de rechtbank dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd, omdat niet concreet is ingegaan op de bezwaren over de oppervlakteberekening.
Desondanks wordt het gebrek gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiser in beroep alsnog een gedegen uitleg heeft gekregen over de meetmethodiek en de waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt opgedragen het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard ondanks een motiveringsgebrek; het betaalde griffierecht wordt aan eiser vergoed.