Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van verhoor aangever met bijlagen [2] van 25 oktober 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor aangever [3] van 25 oktober 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor aangever [4] van 27 oktober 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [5] van 26 oktober 2022 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingenvan 8 november 2022 [9] – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
ter terechtzittingvan 20 oktober 2023 verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 21 september 2023;
- een Pro Justitia Rapportage van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (hierna: NIFP) van 21 juni 2023, opgemaakt door S. Pantelić, kinder- en jeugdpsycholoog;
- een rapportage van Leger des Heils Reclassering van 18 juli 2023, opgesteld door B. Wijnands, reclasseringsmedewerker.
9.BESLAG
‘Lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen’van 16 augustus 2023 is beslag gelegd op:
10.BENADEELDE PARTIJ
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
vonnisvan de
kinderrechterte
rechtbank Gelderlandvan
8 januari 2021(parketnummer 05/096942-20) is verdachte een werkstraf voor de duur van 70 uren, subsidiair 35 dagen jeugddetentie voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
gevangenisstrafvan
4 (vier) jaren;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 25 oktober 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 5.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 25 oktober 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling niet aan te vullen met 60 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 25 oktober 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 5.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 25 oktober 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling niet aan te vullen met 60 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;