Eiser, eigenaar van een naastgelegen perceel, maakte bezwaar tegen de door het college verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een vrijstaande woning met een bijbehorend bouwwerk dat 27 centimeter hoger is dan het bestemmingsplan toestaat. Eiser stelde dat het college ten onrechte gebruik maakte van de afwijkingsbevoegdheid en dat het bijbehorend bouwwerk niet functioneel ondergeschikt zou zijn aan het hoofdgebouw. Daarnaast voerde eiser aan dat de situering van het bouwwerk niet overeenkomt met de grenzen zoals weergegeven op het kavelpaspoort.
De rechtbank oordeelde dat het college binnen de beleidsruimte en de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid bevoegd was om ontheffing te verlenen, omdat de minimale hoogteverhoging geen onevenredige afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van het perceel van eiser. De eis van functionele ondergeschiktheid geldt niet voor een vergunningsplichtig bouwwerk zoals hier aan de orde. Het kavelpaspoort maakt geen onderdeel uit van het toetsingskader voor de omgevingsvergunning en kan slechts civielrechtelijke gevolgen hebben.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Witten op 8 november 2023.