Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 26 februari 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres verweerder op 17 maart 2022 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is vervolgens op 7 november 2022 ingediend, wat binnen de wettelijke termijn is.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Hoewel verweerder verzocht om een termijn van minimaal dertien weken vanwege de complexiteit en het grote aantal aanvragen, acht de rechtbank een termijn van twaalf weken passend. Deze termijn gaat in vanaf de datum van het verweerschrift en kan worden verlengd met de periode waarin eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€418,50) en het griffierecht (€50). De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier L. Ruizendaal-van der Veen op 8 februari 2023.