Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 28 september 2021. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 14 oktober 2022. Het beroep is daarom kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen een termijn van twaalf weken vanaf het verweerschrift, met mogelijkheid tot verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt. Verweerder had verzocht om minimaal dertien weken vanwege de complexiteit en het aantal aanvragen, hetgeen de rechtbank als een bijzonder geval erkent.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken, wordt de dwangsom vastgesteld op €1.442. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€418,50) en het griffierecht (€50).