Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 20 januari 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 25 januari 2022 in gebreke heeft gesteld, waarna zij op 25 november 2022 beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen. Hoewel de wettelijke beslistermijn twee weken bedraagt, acht de rechtbank deze termijn te kort gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen. Daarom stelt zij een termijn van twaalf weken vast, waarbinnen de Belastingdienst het besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de Belastingdienst de termijn overschrijdt. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 8 februari 2023.