ECLI:NL:RBMNE:2023:5861

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 juni 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
10394251
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand van vier maanden

De zaak betreft een procedure tussen Stichting Heuvelrug Wonen en een huurder die sinds juni 2022 een woning huurt. Vanaf oktober 2022 ontstond een huurachterstand die op het moment van de procedure € 2.360,48 bedroeg. Stichting Heuvelrug Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

De huurder betwist de verschuldigdheid van de huurachterstand niet. De kantonrechter stelt vast dat bij een huurachterstand van drie maanden of meer sprake is van een tekortkoming die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De persoonlijke omstandigheden van de huurder leiden niet tot afwijzing van de ontbinding. De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder moet de woning binnen veertien dagen ontruimen.

Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de facturen, buitengerechtelijke incassokosten van € 428,43 en een gebruiksvergoeding van € 612,17 per maand voor de periode na ontbinding tot ontruiming. De huurder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van € 1.079,30. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder moet ontruimen en betalen inclusief huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10394251 \ UC EXPL 23-1782 RJ/58605
Vonnis van 28 juni 2023
in de zaak van
STICHTING HEUVELRUG WONEN,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. D.M. van Ralen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Partijen zullen hierna Stichting Heuvelrug Wonen en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 maart 2023 met producties;
- de conclusie van antwoord van 21 maart 2023 met producties;
- de bij e-mail van 24 mei 2023 gevoegde aanvullende productie van Stichting Heuvelrug Wonen
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 mei 2023. Daarbij is namens Stichting Heuvelrug Wonen verschenen mevrouw [A] , medewerker financiën van eiseres, bijgestaan door de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen.
Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Partijen hebben ook op elkaar kunnen reageren. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Waar gaat de zaak over?

2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 2 juni 2022 van Stichting Heuvelrug Wonen een woning aan de [adres] in [woonplaats] voor een bedrag van € 612,17 per maand. Vanaf oktober 2022 is er een achterstand ontstaan in de betaling van de maandelijkse huurtermijnen. Op basis van recente specificatie van de huurachterstand bedraagt de huurachterstand op dit moment € 2.360,48.
2.2.
Stichting Heuvelrug Wonen vordert in deze procedure ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, betaling van huurachterstand en een gebruiksvergoeding vanaf de ontbinding tot het moment van daadwerkelijke ontruiming, vermeerderd met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

3.De beoordeling

Huurachterstand
3.1.
Vooropgesteld wordt dat [gedaagde] de verschuldigdheid van de achterstallige huurtermijnen niet betwist. De vordering tot betaling van € 2.360,48 aan huurachterstand zal daarom worden toegewezen.
Ontbinding en ontruiming
3.2.
Er is een huurachterstand van vier maanden. Uit vaste rechtspraak volgt dat in het algemeen bij een huurachterstand van drie maanden of meer wordt gesproken van een tekortkoming die van voldoende gewicht is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen. De huurachterstand van vier maanden maakt daarom dat van Stichting Heuvelrug Wonen niet kan worden verlangd dat zij de huurovereenkomst laat voortduren. Daarom zal de huurovereenkomst worden ontbonden. Dit betekent dat de huurovereenkomst eindigt. De door [gedaagde] genoemde financiële en persoonlijke omstandigheden, hoe vervelend ook, hebben niet tot gevolg dat de gevorderde ontbinding moet worden afgewezen. [gedaagde] moet de woning ook ontruimen. Dit betekent dat zij de woning moet verlaten en leeg en netjes moet achterlaten. De termijn voor ontruiming zal op veertien dagen worden gesteld.
3.3.
[gedaagde] wordt veroordeeld om voor de tijd dat zij na de ontbinding van de huurovereenkomst nog in de woning verblijft, een gebruiksvergoeding te betalen van
€ 612,17 per maand, voor de eerste van de maand.
Wettelijke rente
3.4.
De wettelijke rente vanaf de respectieve data dat [gedaagde] in verzuim is met de betaling van de huurtermijnen zal, als onweersproken, worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.5.
Stichting Heuvelrug Wonen vordert, na eiswijziging, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 428,43. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering is getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 428,43 toegewezen.
Conclusie
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
2.360,48
- buitengerechtelijke incassokosten
428,43
+
Totaal
2.788,91
Proceskosten
3.6.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Stichting Heuvelrug Wonen als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
128,30
- griffierecht
487,00
- salaris gemachtigde
464,00
(2,00 punten × € 232,00)
Totaal
1.079,30

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst voor de woning aan het adres [adres] in [woonplaats] per vandaag;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om de woning met al wie en al wat zich daarin vanwege haar bevindt binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Stichting Heuvelrug Wonen te stellen;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting Heuvelrug Wonen te betalen een bedrag van € 2.788,91, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de huurachterstand van € 2.360,48, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling;
4.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting Heuvelrug Wonen een vergoeding per maand te betalen van € 612,17 voor elke maand of gedeelte van een maand, gelegen tussen heden en de daadwerkelijke ontruiming, bij niet-tijdige betaling vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldata;
4.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Stichting Heuvelrug Wonen tot dit vonnis vastgesteld op € 1.079,30, waarin begrepen € 464,00 aan salaris gemachtigde;
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2023.