Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:5866

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 november 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
10591746 \ UC EXPL 23-4505
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 143 lid 2 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen verstekvonnis te laat ingesteld en daarom niet-ontvankelijk verklaard

In deze civiele procedure is op 22 februari 2023 een verstekvonnis gewezen waarbij eiser in verzet werd veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan gedaagde in verzet. Eiser in verzet stelde verzet in tegen dit vonnis op 16 juni 2023. Gedaagde in verzet voerde aan dat dit verzet te laat was ingediend.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat eiser in verzet door een e-mail van de gemachtigde van gedaagde in verzet op 13 april 2023 voldoende informatie had ontvangen over de veroordeling, waardoor de termijn van vier weken voor het instellen van verzet op 17 april 2023 is gaan lopen. Het verzet werd dus na deze termijn ingediend en is daarom niet-ontvankelijk.

De kantonrechter heeft het verstekvonnis van 22 februari 2023 bekrachtigd en eiser in verzet veroordeeld in de proceskosten van gedaagde in verzet. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een inhoudelijke beoordeling van het geschil tussen partijen heeft niet plaatsgevonden vanwege de niet-ontvankelijkheid van het verzet.

Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verstekvonnis is bekrachtigd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10591746 UC EXPL 23-4505 RJ/58605
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 1 november 2023
inzake
[gedaagde in verzet],
wonende te [woonplaats 1] ,
oorspronkelijke eiseres,
gedaagde in verzet,
gemachtigde: M.T.M. Fluitman LL.B.,
tegen:
[eiser in verzet] h.o.d.n. [bedrijf],
wonende te [woonplaats 2] ,
oorspronkelijke gedaagde,
eiser in verzet,
gemachtigde: mr. G.E. Tip.
Partijen zullen hierna [gedaagde in verzet] en [eiser in verzet] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
  • de dagvaarding van 28 december 2022 met producties 1 tot en met 7;
  • het verstekvonnis van deze rechtbank van 22 februari 2023 met zaaknummer 10268138 UC EXPL 23-98;
  • de verzetdagvaarding van 16 juni 2023 met producties 1 tot en met 7;
  • de conclusie van antwoord in oppositie van 19 juli 2023 met producties 1 tot en met 5;
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 november 2023. Daarbij is [eiser in verzet] verschenen, bijgestaan door mr. Tip. [gedaagde in verzet] is ook verschenen, bijgestaan door Fluitman. De kantonrechter heeft vragen gesteld en partijen hebben hun standpunten toegelicht. Partijen hebben ook op elkaar kunnen reageren. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.
1.3.
Na sluiting van de inhoudelijke behandeling heeft de kantonrechter op de zitting, mondeling uitspraak gedaan.

2.Waar gaat deze zaak in de kern over?

2.1.
In deze zaak is op 22 februari 2023 een verstekvonnis gewezen. [eiser in verzet] is het niet eens met de inhoud van dit vonnis. Hij vordert in de verzetdagvaarding van 16 juni 2023 daarom te worden ontheven van de veroordeling door de vorderingen van [gedaagde in verzet] alsnog af te wijzen. [gedaagde in verzet] heeft zich hiertegen verweerd en aangevoerd dat de verzetdagvaarding te laat is aangebracht.

3.De beoordeling

3.1.
Een veroordeelde partij heeft in principe 4 weken de tijd om in verzet tegen een verstekvonnis te komen. Deze termijn gaat volgens de wet onder andere lopen als door de veroordeelde zelf ( [eiser in verzet] in dit geval) een zogenaamde daad van bekendheid is gegeven waaruit voortvloeit dat hij met de inhoud van het vonnis bekend is (artikel 143 lid 2 Rv Pro).
3.2.
Dat is hier het geval. Fluitman heeft namens [gedaagde in verzet] aan [eiser in verzet] op 13 april 2023 in een e-mail laten weten dat [eiser in verzet] door de kantonrechter van deze rechtbank in een vonnis op 22 februari 2023 is veroordeeld om aan [gedaagde in verzet] € 6.626,28 te betalen. Deze e-mail bevatte dus voldoende gegevens over de veroordeling van [eiser in verzet] om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten (HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ0652). [eiser in verzet] heeft op 17 april 2023 per e-mail gereageerd. De e-mail van 13 april 2023 had hem dus bereikt.
3.3.
[eiser in verzet] mocht dus vanaf 17 april 2023 geacht worden op de hoogte te zijn met de hoofdinhoud van het vonnis. En dat is ook voldoende voor het gaan lopen van de termijn van 4 weken voor verzet. [eiser in verzet] heeft de verzetdagvaarding op 16 juni 2023 aangebracht en dus te laat. Dat de opmerking “dat er niks meer gedaan kan worden tegen het verstekvonnis” van Fluitman in een Whatsapp bericht van 13 april 2023 [eiser in verzet] heeft verward is voorstelbaar. Maar dat betekent niet dat hij zonder nader onderzoek te doen op de juistheid hiervan mocht vertrouwen. Bovendien valt niet in te zien waarom deze mededeling van Fluitman kan worden toegerekend aan [gedaagde in verzet] en dus in dit geschil een rol kan spelen.
3.4.
Kortom: [eiser in verzet] is niet-ontvankelijk in deze procedure. De kantonrechter komt daarom niet toe aan een verdere inhoudelijke beoordeling van het geschil tussen partijen.
3.5.
Omdat [eiser in verzet] ongelijk krijgt, moet hij de proceskosten van [gedaagde in verzet] betalen. Deze bedragen € 660,00 aan salaris gemachtigde te vermeerderen met wettelijke rente zoals gevorderd en de nakosten.
3.6.
Dit vonnis zal voorzover het de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verklaart het verzet niet-ontvankelijk;
4.2.
bekrachtigt het op 22 februari 2023 gewezen verstekvonnis met zaaknummer 10268138 UC EXPL 23-98;
4.3.
veroordeelt [eiser in verzet] in de kosten van de verzetprocedure, tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde in verzet] begroot op € 660,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van voldoening;
4.4.
veroordeelt [eiser in verzet] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [gedaagde in verzet] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
  • € 132,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot aan de voldoening,
  • te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening tot aan de voldoening;
4.5.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.J. Schoenaker en in het openbaar uitgesproken op
1 november 2023.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier De kantonrechter,
mr. M.R. Jassies mr. M.M.J. Schoenaker