In deze civiele procedure is op 22 februari 2023 een verstekvonnis gewezen waarbij eiser in verzet werd veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan gedaagde in verzet. Eiser in verzet stelde verzet in tegen dit vonnis op 16 juni 2023. Gedaagde in verzet voerde aan dat dit verzet te laat was ingediend.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat eiser in verzet door een e-mail van de gemachtigde van gedaagde in verzet op 13 april 2023 voldoende informatie had ontvangen over de veroordeling, waardoor de termijn van vier weken voor het instellen van verzet op 17 april 2023 is gaan lopen. Het verzet werd dus na deze termijn ingediend en is daarom niet-ontvankelijk.
De kantonrechter heeft het verstekvonnis van 22 februari 2023 bekrachtigd en eiser in verzet veroordeeld in de proceskosten van gedaagde in verzet. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een inhoudelijke beoordeling van het geschil tussen partijen heeft niet plaatsgevonden vanwege de niet-ontvankelijkheid van het verzet.