ECLI:NL:RBMNE:2023:5870
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens gebrek aan concrete feiten over rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker diende tijdens de mondelinge behandeling op 2 november 2023 een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Weistra in een civiele procedure. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Volgens de wrakingskamer moest het verzoek gemotiveerd zijn met concrete feiten of omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid in gevaar brengen. Verzoeker heeft echter geen dergelijke feiten of omstandigheden aangevoerd die het vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek als niet-gemotiveerd en kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld. Gezien deze niet-ontvankelijkheid werd een mondelinge behandeling achterwege gelaten en werd de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing.
De beslissing werd op 6 november 2023 door de wrakingskamer van Rechtbank Midden-Nederland te Almere uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete feiten die de onpartijdigheid van de rechter aantasten.