Eiser heeft beroep ingesteld tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen omdat deze niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen een besluit van 21 september 2022.
De rechtbank oordeelt dat verweerder inderdaad te laat is met het nemen van een beslissing. Eiser had verweerder op 17 april 2023 ingebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken verstreken zonder besluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt vast dat verweerder een dwangsom van € 1.442,- moet betalen.
Daarnaast wordt verweerder opgedragen alsnog binnen vier weken een besluit te nemen, met een aanvullende dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding, tot een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet ook het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden, waarbij de proceskosten zijn vastgesteld op € 418,50 vanwege inschakeling van professionele juridische hulp.