Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:6029

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
563992 / HA RK 23-203
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening in familierechtelijke procedure

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een familierechtelijke procedure over eenhoofdig gezag en wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Zij baseerde haar wraking op vermeende partijdigheid van de rechter, die eerder een onwelgevallige beschikking had gedaan in een gerelateerde zaak over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend. Op 14 augustus 2023 was in de oproepbrief aan verzoeksters advocaat al vermeld welke rechter de zaak zou behandelen, en op 23 augustus 2023 had diezelfde rechter een onwelgevallige uitspraak gedaan in een andere zaak. Verzoekster was dus al bekend met de feiten waarop het wrakingsverzoek was gebaseerd, maar diende het verzoek pas op 10 oktober 2023 in.

De wrakingskamer vond geen bijzondere omstandigheden die het late verzoek konden rechtvaardigen en verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De procedure in de onderliggende zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Lelystad
Zaaknummer/rekestnummer: 563992 / HA RK 23-203
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van10 november 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen verzoekster),
advocaat mr. H.L. van Lookeren Campagne.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 10 oktober 2023, met daarin opgenomen het wrakingsverzoek van verzoekster van 10 oktober 2023;
  • de reactie van de rechter van 23 oktober 2023.
1.2.
Het wrakingsverzoek is op 27 oktober 2023 met gesloten deuren behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer).
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- verzoekster met haar advocaat.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. L.A.C. de Vaan als behandelend rechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met het zaaknummer C/16/559612 / FO RK 23-834.
2.2.
Verzoekster heeft het volgende ten grondslag gelegd aan het wrakingsverzoek. Op 10 oktober 2023 werd de zaak tussen verzoekster en haar ex-partner behandeld over de verzoeken tot eenhoofdig gezag en wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Verzoekster was verbaasd om de rechter op de zitting te zien. De rechter heeft namelijk eerder, in de beschikking van 23 augustus 2023, geoordeeld over de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen van verzoekster. Verzoekster is zeer ontevreden met deze uitspraak en vindt dat de rechter haar eigen vlees gaat keuren, omdat in de onderhavige zaak door wordt gegaan op beschuldigingen richting haar ex-partner die toen ook al door verzoekster zijn geuit. Tijdens de procedure over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing zijn door verzoekster veel feiten aangevoerd waar de rechter totaal aan voorbij is gegaan. Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat zij door de uitspraak van de rechter van 23 augustus 2023 gedwongen werd om hoger beroep in te stellen. De rechter is partijdig in verband met haar betrokkenheid bij de eerdere procedure.
2.3.
De rechter heeft niet berust in de wraking. In haar schriftelijke reactie stelt zij zich op het standpunt dat er geen sprake is van (een schijn van) partijdigheid. De rechter heeft de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van de kinderen van verzoekster verlengd en heeft daarin verzoekster niet gevolgd in haar bezwaren. De onderhavige zaak heeft betrekking op andere verzoeken waarvan nog geen inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden. De rechter schrijft dat zij bij het beoordelen van de onderliggende verzoeken de daarvoor geldende toetsingskaders zal betrekken. Dat zij eerder, in een andere zaak, niet heeft beslist zoals verzoekster had gewenst, is onvoldoende om te vrezen dat de rechter in onderhavige zaak bij de beoordeling partijdig of vooringenomen zal zijn.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Op grond van artikel 37 lid 1 Rv Pro wordt het wrakingsverzoek gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoekster bekend zijn geworden.
3.2.
De wrakingskamer is van oordeel dat verzoekster haar wrakingsverzoek te laat heeft ingediend en verklaart haar daarom niet-ontvankelijk in het verzoek. Hierna zal de wrakingskamer uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
3.3.
Uit het onderhavige procesdossier is het de wrakingskamer gebleken dat bij brief van 14 augustus 2023 een oproepbrief naar de advocaat van verzoekster is gestuurd met daarin de naam van de rechter die de zaak van verzoekster zal behandelen. De rechter heeft vervolgens op 23 augustus 2023 (in een andere zaak dan onderhavige) beslist op de verzoeken over de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van de kinderen van verzoekster. Verzoekster is het niet met deze beslissing eens en heeft hoger beroep ingesteld.
3.4.
Dit betekent dat verzoekster, op het moment dat zij de haar onwelgevallige uitspraak ontving, al op de hoogte was van het feit dat de volgende zaak door dezelfde rechter zou worden behandeld. Echter, pas tijdens de zitting van 10 oktober 2023 heeft zij de rechter gewraakt.
3.5.
Het is de wrakingskamer niet gebleken dat er bijzondere omstandigheden zijn die het tijdsverloop rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek is niet tijdig gedaan en daarom niet-ontvankelijk.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer C/16/559612 / FO RK 23-834 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.M. Spelt, voorzitter, en mr. A.M. Crouwel en
mr. C.P. Lunter, als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.