Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de betekende dagvaarding van 17 januari 2023 met producties;
- de conclusie van antwoord van 26 januari 2023 met producties;
- de vermeerdering van eis van 30 januari 2023 met producties.
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen hadden een affectieve relatie die in mei 2022 eindigde. Samen kochten zij in december 2021 een hond, waarvan zij aanvankelijk gezamenlijk als eigenaar stonden geregistreerd. Na het beëindigen van hun relatie werd de hond aan gedaagde toebedeeld, waarbij een bedrag van €600 aan eiseres werd betaald. Eiseres stelde dat de verdeling was teruggedraaid en dat er een week-op-week omgangsregeling bestond.
Eiseres vorderde in kort geding een omgangsregeling met de hond, gebaseerd op mede-eigendom. Gedaagde betwistte dit en stelde dat zij de enige eigenaar is. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen rechtsgrond is voor het vaststellen van een omgangsregeling met een hond en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt mede-eigenaar te zijn.
De rechtbank concludeerde dat de vorderingen niet in een bodemprocedure zouden worden toegewezen en wees deze af. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vorderingen tot omgangsregeling met hond worden afgewezen wegens ontbreken van mede-eigendom.