Op 1 november 2022 legde [gedaagde] conservatoir derdenbeslag onder ABN Amro op ten laste van [eiseres] en haar vader. [Eiseres] vorderde opheffing van dit beslag omdat het onnodig was, mede gezien andere conservatoire beslagen van derden die reeds op haar en haar vader rustten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het totale beslag van circa €1.836.000 ruim boven de begrote vorderingen van €1.242.572,78 lag, wat excessief was. Hoewel [gedaagde] stelde dat het beslag nodig was vanwege mogelijke executieonzekerheden en eenvoud van derdenbeslag, vond de rechter deze argumenten onvoldoende om het volledige beslag te handhaven.
Daarom werd het beslag onder ABN Amro gedeeltelijk opgeheven voor het bedrag boven €400.000. Tevens werd [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten van [eiseres]. De overige beslagen van derden werden niet geraakt door deze opheffing. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.