ECLI:NL:RBMNE:2023:6094
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van 740 euro na afpersing en diefstal
Op 11 juli 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen veroordeelde, die in 2020 betrokken was bij afpersing en diefstal. De zaak is inhoudelijk behandeld op 27 juni 2023, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten hebben toegelicht.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €740, gebaseerd op verklaringen van een medeverdachte. De verdediging betwistte dit bedrag en stelde dat slechts €200 bewezen was. De rechtbank stelde vast dat veroordeelde samen met mededaders een bedrag van €2.200 heeft verkregen, waarvan veroordeelde zelf €740 heeft ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat geen kosten waren gemaakt en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €740. De betalingsverplichting aan de staat werd eveneens op dit bedrag vastgesteld. De duur van de gijzeling werd op 0 dagen gesteld, omdat veroordeelde minderjarig was ten tijde van het plegen van de feiten.
De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €740 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.