ECLI:NL:RBMNE:2023:611
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie transitievergoeding wegens te late aanvraag ondanks beroep op evenredigheids- en vertrouwensbeginsel
Eiseres was werkgever van werknemer [A], die langdurig arbeidsongeschikt raakte en met wie een vaststellingsovereenkomst werd gesloten waarbij een transitievergoeding werd betaald. De Wet compensatie transitievergoeding trad in werking per 1 april 2020, waarna compensatie bij het UWV aangevraagd moet worden binnen zes maanden na betaling.
Eiseres diende de aanvraag echter pas op 8 juni 2021 in, te laat volgens het UWV, dat de aanvraag daarom afwees. Eiseres stelde dat door personeelswisselingen en de coronacrisis de aanvraag rommelig verliep en dat zij op basis van mededelingen van UWV-medewerkers mocht vertrouwen dat de aanvraag was ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraagtermijn niet buiten toepassing kan worden gelaten op grond van het evenredigheidsbeginsel, omdat eiseres niet tijdig schriftelijk navraag had gedaan en de regeling dwingendrechtelijk is. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat eiseres geen concrete, toerekenbare toezeggingen kon aantonen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de compensatieaanvraag wegens te late indiening.