ECLI:NL:RBMNE:2023:6198
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor bedrijfsgebouw met opslagboxen wegens onjuiste ventilatie-eisen
Verzoekster, een onderneming gespecialiseerd in bedrijfsgebouwen met opslagboxen, vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een bedrijfsgebouw met opslagruimte in Lelystad. Het college weigerde de vergunning vanwege onvoldoende naleving van ventilatie-eisen die gelden voor parkeergarages.
De voorzieningenrechter overwoog dat het gebouw geen parkeergarage is, omdat het niet primair bedoeld is voor het stallen van motorvoertuigen, maar voor opslag van goederen met slechts kortstondige parkeermogelijkheden. Hierdoor zijn de strenge ventilatie-eisen uit het Bouwbesluit niet van toepassing.
Hoewel de voorzieningenrechter verwacht dat het primaire besluit in bezwaar niet in stand blijft, wees zij het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoekster had geen spoedeisend belang, omdat het primaire besluit geen onomkeerbare gevolgen heeft en de financiële schade geen acute noodsituatie vormt.
Verder vond de voorzieningenrechter het verzoek te verstrekkend omdat starten met bouwen in deze fase grote gevolgen kan hebben voor omgeving en omwonenden, en het college bevoegd is om vergunningen zorgvuldig te toetsen.
De rechtbank bevestigt dat het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning niet in stand kan blijven, maar dat een voorlopige voorziening niet passend is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestaat, ondanks dat het primaire besluit naar verwachting niet in stand blijft.