Eiseres huurde van april 2021 tot september 2022 een kamer van gedaagde tegen een all-in huurprijs van €400 per maand. Na toetsing door de huurcommissie werd de kale huurprijs met terugwerkende kracht vastgesteld op €139,02 en servicekosten op €100 per maand. Hierdoor bleek eiseres in totaal €2.736,66 te veel te hebben betaald.
Eiseres vorderde terugbetaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde betwistte de huurprijsberekening en wilde de te veel betaalde huur verrekenen met een boete uit de huurovereenkomst voor het laten toetsen van de huurprijs.
De kantonrechter oordeelde dat partijen gebonden zijn aan de uitspraak van de huurcommissie omdat geen van beiden binnen acht weken bezwaar maakte. Het boetebeding werd nietig verklaard omdat het in strijd is met dwingend recht. De gevorderde wettelijke rente en incassokosten werden toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de te veel betaalde huur, incassokosten en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.