Uitspraak
1.De procedure
- verzoekster;
- de advocaat van verzoekster;
- de rechter;
- G. van de Beek (teamvoorzitter van de rechter);
- [toehoorder] (toehoorder);
- mr. [A] (bijzonder curator).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij drie familierechtelijke hoofdprocedures, stellende dat de rechter niet onpartijdig zou zijn. Dit is gebaseerd op het feit dat zij ten onrechte als informant werd aangemerkt, geen gemachtigde mocht meenemen naar een zitting, geen beschikking en proces-verbaal ontving, en vermeende onzorgvuldigheden rondom oproepingen en kind-gesprekken.
De wrakingskamer heeft het verzoek op 7 november 2023 behandeld en de verschillende gronden van verzoekster beoordeeld. De kamer stelt dat het niet aanmerken als belanghebbende en het niet toelaten van een gemachtigde procesbeslissingen zijn die niet onbegrijpelijk zijn en geen aanwijzing voor vooringenomenheid vormen. Ook het niet verstrekken van documenten was in lijn met wettelijke bepalingen.
De late en onvolledige oproepingen voor een zitting zijn onvoldoende om partijdigheid aan te nemen, zeker omdat verzoekster geen verzoek tot uitstel heeft gedaan. Daarnaast zijn de beweringen over uitlatingen tijdens een kind-gesprek gebaseerd op vermoedens en worden door de rechter betwist.
De wrakingskamer concludeert dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat en verklaart het wrakingsverzoek ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om het proces-verbaal van de wrakingszitting af. De lopende procedures worden voortgezet in de stand van zaken voorafgaand aan het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proces-verbaal afgewezen.