Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 november 2023 in de zaak tussen
[eiser sub 1] en [eiseres sub 2] , uit [plaats 1] , eisers
[vergunninghouder] B.V.uit [plaats 2] (vergunninghouder).
Rechtbank Midden-Nederland
Vergunninghouder vroeg een omgevingsvergunning aan voor het oprichten van een kinderdagverblijf op een perceel met bestemming 'Cultuur en ontspanning'. Het college verleende deze vergunning met toepassing van de kruimelgevallenregeling vanwege een overschrijding van de maximale goothoogte van 5 meter naar 6,07 meter.
Eisers, wonend tegenover het perceel, maakten bezwaar en stelden onder meer dat het kinderdagverblijf niet paste binnen de bestemming, dat de parkeersituatie onvoldoende was en dat het gebouw niet voldeed aan redelijke eisen van welstand. De rechtbank oordeelde dat het bestemmingsplan expliciet maatschappelijke voorzieningen zoals kinderdagverblijven toestaat, ongeacht de omvang, en dat de overschrijding van de goothoogte de enige strijdigheid betreft.
De rechtbank vond dat het college terecht uitging van een parkeernorm van 15 plaatsen op het gezamenlijke erf en dat privaatrechtelijke afspraken geen belemmering vormden. Ook was de toetsing door de welstandscommissie adequaat en was er geen sprake van disproportionele aantasting van het woon- en leefklimaat. De verkeerszorgen van eisers vielen buiten de reikwijdte van de procedure omdat het gebruik als kinderdagverblijf planologisch is toegestaan.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat het college in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de omgevingsvergunning rechtmatig is verleend.