ECLI:NL:RBMNE:2023:6282
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens medeplichtigheid witwassen
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 oktober 2023 de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor medeplichtigheid aan gewoontewitwassen in de periode van februari tot september 2015.
De officier van justitie wijzigde haar vordering ter zitting en eiste een ontnemingsbedrag van €3.500, aansluitend bij de verklaringen van de veroordeelde over zijn verdiensten. De rechtbank baseerde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de verklaringen van de veroordeelde in een politieverhoor van februari 2016, waarin hij aangaf vier keer contant geld te hebben ontvangen voor zijn medeplichtigheidshandelingen.
De rechtbank stelde vast dat het voordeel minimaal €3.500 bedroeg, gebaseerd op de laagste bedragen die de veroordeelde noemde. Dit bedrag legde de rechtbank op als betalingsverplichting aan de staat. Tevens werd de maximale gijzelingstermijn vastgesteld op 70 dagen conform artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank, met als rechters Verboom, van de Lustgraaf en Heppe, en griffier de Poot, op 24 november 2023.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €3.500 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.