Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in een woning die zij gezamenlijk bezitten, met hoofdelijk aansprakelijkheid voor de hypotheek. Na het verbreken van de relatie in februari 2022 is eiseres verhuisd en verblijft alleen gedaagde nog in de woning.
Eiseres werd bij een eerder verstekvonnis gemachtigd de woning bij uitsluiting van gedaagde te verkopen. Zij heeft de woning verkocht met een notariële leveringsdatum van 18 december 2023. Gedaagde reageerde niet op verzoeken om te bevestigen dat hij de woning voor die datum zou verlaten en ontruimen.
Eiseres vordert daarom bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat gedaagde de woning uiterlijk 11 december 2023 ontruimt en verlaat, zich uitschrijft van het adres, en dat hij de woning niet meer betreedt. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe, behalve de verzoeken om expliciet de deurwaarder in te schakelen en ontruimingskosten op het aandeel van gedaagde in de overwaarde in mindering te brengen, omdat deze bevoegdheden en kosten reeds wettelijk geregeld zijn.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.313,86. Het vonnis is gewezen door de voorzieningenrechter Purcell en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023.