Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 november 2023;
- een proces-verbaal van bevindingen d.d.1 oktober 2018, pagina 21 en 21, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1]
- een proces-verbaal van aangifte inclusief bijlagen d.d. 4 oktober 2018, pagina 224 t/m 238, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] , inhoudende de verklaringen van [benadeelde 3] ;
- een proces-verbaal van aangifte inclusief bijlagen d.d. 3 oktober 2018, pagina 179 t/m 223, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] , inhoudende de verklaringen van [benadeelde 4] ;
- een proces-verbaal van aangifte inclusief bijlagen d.d. 28 september 2018, pagina 165 t/m 170, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , inhoudende de verklaringen van [aangever 2] ;
- een proces-verbaal van aangifte inclusief bijlagen d.d. 28 september 2018, pagina 171 t/m 178, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , inhoudende de verklaringen van [aangever 3] .
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 november 2023;
- een proces-verbaal van aangifte inclusief bijlagen d.d. 18 april 2020, pagina 182 t/m 191, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] , inhoudende de verklaringen van [aangever 4] namens Rabobank Apeldoorn en omgeving;
- een proces-verbaal van aangifte inclusief bijlagen d.d. 9 maart 2020, pagina 195 t/m 201, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] , inhoudende de verklaringen van [aangever 5] namens Christie’s International Real Estate.
[aangever 1]betrouwbaar is en voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting. Op grond daarvan kan worden bewezen dat verdachte bij de bezichtiging van de woning een bankafschrift van de Rabobank heeft getoond met daarop een saldo boven de 1 miljoen euro. Deze handeling, in combinatie bezien met de overige in de tenlastelegging genoemde en door verdachte bekende handelingen, zijn oplichtingsmiddelen die de aangever ertoe hebben bewogen om woongenot aan verdachte te verschaffen, en te blijven verschaffen, in de ten laste gelegde pleegperiode.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 2.500,-. De schade als gevolg van het niet betalen door de verkoper van de courtagefactuur is geen schade die aan verdachte kan worden toegerekend. De schade van [bedrijf 2] B.V. is voldoende onderbouwd en toewijsbaar. De gevorderde schade voor vier maanden niet betaalde huur door de heer [benadeelde 2] betreft eveneens toewijsbare schade. [benadeelde 2] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering voor zover deze ziet op immateriële schade. Daar is geen grond voor. De officier van justitie vindt dat ook de wettelijke rente moet worden toegewezen en dat de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.
10.VOORLOPIGE HECHTENIS
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 6.855,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente:
- verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 6.855,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente:
- wijst de vordering van [makelaarskantoor 1] toe tot een bedrag van € 2.500,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [makelaarskantoor 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [makelaarskantoor 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [makelaarskantoor 1] aan de Staat € 2.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 35 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- verklaart [bedrijf 2] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- verklaart [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.