ECLI:NL:RBMNE:2023:6402
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door verweerder was vastgesteld op €697.000,- met waardepeildatum 1 januari 2021. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde wijk en nabij de waardepeildatum.
Eiser stelde dat verweerder niet alle relevante stukken had verstrekt en dat de grondwaarde niet correct was toegepast. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende stukken had verstrekt conform artikel 40 Wet Pro WOZ en dat de beroepsgrond hierover te laat en in strijd met de goede procesorde was ingebracht. De taxateur van verweerder erkende een afwijking in de grondwaardering, maar herberekeningen toonden aan dat de waardeverhouding tussen de woning en referentiewoningen nog steeds binnen de bandbreedte viel.
Eiser bracht ook andere referentiewoningen in, maar deze werden door de rechtbank niet als beter vergelijkingsmateriaal erkend vanwege verschillen in bouwjaar, oppervlakte en staat van onderhoud. Gezien het voorgaande concludeerde de rechtbank dat verweerder de WOZ-waarde aannemelijk had gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak op bezwaar blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €697.000,- wordt ongegrond verklaard.