ECLI:NL:RBMNE:2023:6425
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning antivraatnetten wegens schending zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Eiser, wonende aan een perceel grenzend aan een fruitboomgaard, stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van antivraatnetten te handhaven. Het college had de vergunning verleend met gebruikmaking van een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan en het bezwaar van eiser gegrond verklaard, maar het besluit inhoudelijk in stand gelaten met een aanvullende motivering.
De rechtbank toetste terughoudend of het college in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik had gemaakt. Eiser stelde dat geen zorgvuldige beoordeling had plaatsgevonden van de gevolgen van de antivraatnetten op zijn woon- en leefklimaat, met name vanwege geluidsoverlast en de invloed op de drift van gewasbeschermingsmiddelen. Ook wees eiser op verstoring van het uitzicht en negatieve landschappelijke effecten.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende inzichtelijk had gemaakt dat geluidsoverlast niet zou optreden, mede omdat een verklaring van de leverancier ontbrak en alleen normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer waren meegenomen. Daarnaast was onvoldoende onderzocht of de palenconstructie de toepassing van innovatieve spuittechnieken belemmerde, wat invloed heeft op de drift van gewasbeschermingsmiddelen. Hierdoor was het besluit in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De rechtbank vernietigde het besluit en droeg het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en het college moet een nieuw besluit nemen.