Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
€ 50,-aan eiser te vergoeden;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser kreeg vanaf september 2014 studiefinanciering voor een voltijdopleiding in het hoger onderwijs. Op 1 december 2021 werd het recht op studiefinanciering beëindigd na het bereiken van het maximale aantal maanden. De aanloopfase voor terugbetaling van de studieschuld startte op 1 januari 2022 en zou 24 maanden duren.
Eiser verzocht op 22 april 2022 om schorsing van de terugbetaling wegens een nieuwe studie. Verweerder gaf aan dat de schorsing zou ingaan op 1 mei 2022 tot en met december 2022. Eiser maakte bezwaar omdat de schorsing volgens hem vanaf 1 januari 2022 had moeten ingaan. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat er geen besluit was genomen over het verkorten van de aanloopfase.
De rechtbank constateerde dat verweerder inmiddels een nieuw besluit had genomen waarbij de aanloopfase loopt tot 1 juli 2024, waarmee eiser akkoord was. Hierdoor had eiser geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Ook het verzoek om proceskosten voor de bezwaarprocedure werd afgewezen wegens ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand in die fase.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser voor de beroepsfase en bepaalde dat verweerder het griffierecht aan eiser moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, met veroordeling van verweerder in proceskosten en griffierecht.