ECLI:NL:RBMNE:2023:6509

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 december 2023
Publicatiedatum
6 december 2023
Zaaknummer
C/16/564473 / JE RK 23-1802
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging langdurige ondertoezichtstelling van gedetineerde minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die momenteel gedetineerd is. De moeder van de minderjarige heeft sinds juli 2023 het gezag, maar de minderjarige verblijft in een gesloten inrichting vanwege betrokkenheid bij ernstige strafbare feiten. De GI heeft de ondertoezichtstelling sinds 2016 steeds verlengd en verzoekt nu om verlenging tot december 2024.

De minderjarige is het niet eens met het verzoek en vindt de ondertoezichtstelling niet nodig. De moeder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De kinderrechter heeft op basis van de stukken en de zitting geoordeeld dat de ontwikkelingsbedreiging nog steeds aanwezig is. De minderjarige zit gedetineerd in een gesloten afdeling en de afloop van de strafzaak is nog onzeker.

De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de gezinsvoogd betrokken blijft om zicht te houden op de minderjarige, het strafproces en de thuissituatie zodra hij vrijkomt. Ook kan de gezinsvoogd de moeder ondersteunen bij opvoedbeslissingen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd tot 8 december 2024 en is de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 8 december 2024.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/564473 / JE RK 23-1802
Datum uitspraak: 1 december 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
De gecertificeerde instelling
SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 oktober 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling (zitting) met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 december 2023. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] ;
- de heer [A] namens de GI.
De moeder is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.

2.De feiten

2.1.
De moeder heeft, sinds de rechtbank op 19 juli 2023 heeft besloten dat het gezag weer aan haar toekomt, alleen het gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] zit gedetineerd in de [verblijfplaats] ( [locatie] ).
2.3.
Bij beschikking van 16 september 2016 is [minderjarige] (voorlopig) onder toezicht gesteld van de GI. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 8 december 2023. Tot de beschikking van 22 september 2022 was moeder belast met het gezag. Daarna had de oma de voogdij. De oma is overleden op [overlijdensdatum] 2023. Doordat de rechtbank de GI bij beschikking van 28 februari 2023 tot (voorlopig) voogd over [minderjarige] heeft benoemd, is de ondertoezichtstelling van rechtswege geëindigd. Vervolgens is [minderjarige] bij beschikking van 19 juli 2023 – nadat de moeder opnieuw het gezag heeft gekregen – opnieuw onder toezicht gesteld van de GI, tot 8 december 2023.
2.4.
[minderjarige] verbleef sinds februari 2023 in een open groep van [jeugdzorginstelling] in [plaats 1] . Voor die tijd verbleef hij een lange tijd binnen de gesloten jeugdzorg van [jeugdzorginstelling] in [plaats 2] . Met betrekking tot dit verblijf heeft de kinderrechter bij beschikking van 24 november 2022 een trajectmachtiging, inhoudende een machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verleend tot
uiterlijk 8 maart 2023en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, met ingang van 8 december 2022 tot uiterlijk 8 december 2023. Nadat de moeder op 19 juli 2023 opnieuw het gezag heeft gekregen, heeft de kinderrechter op diezelfde datum een machtiging tot uithuisplaatsing verleend om [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te plaatsen, tot 8 december 2023.

3.Het verzoek en de standpunten

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
[minderjarige] is het niet eens met het verzoek van de GI. Hij vindt een ondertoezichtstelling niet nodig.
3.3.
De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek, want zij is niet in de procedure verschenen.

4.De beoordeling

De beslissing

4.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van twaalf maanden, dus tot 8 december 2024. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De toelichting
4.2.
De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen op grond van artikel 1:260, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hiervoor is het noodzakelijk dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255, eerste lid, BW. De kinderrechter moet daarom beoordelen of [minderjarige] zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de benodigde zorg door de gezaghebbende ouder niet of onvoldoende wordt geaccepteerd.
4.3.
Op grond van de door de GI overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium. De ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] is nog steeds aanwezig. [minderjarige] is na de vorige zitting aangehouden voor betrokkenheid bij een straatroof en een poging tot doodslag. Hij zit op dit moment gedetineerd in de [verblijfplaats] . Op 27 september 2023 is door de strafrechter besloten dat [minderjarige] nog negentig dagen vast moet zitten en hij wordt op dit moment geobserveerd op de afdeling [afdeling] van [verblijfplaats] . Verder is op dit moment nog onduidelijk hoe de strafzaak verder zal verlopen, of [minderjarige] nog langer gedetineerd zal blijven.
4.4.
Gelet op deze ernstige problematiek vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de gezinsvoogd betrokken blijft om zicht te houden op [minderjarige] , het vervolg van zijn strafzaak en de situatie indien en voorzover [minderjarige] weer naar huis mag. De gezinsvoogd is al gedurende lange tijd betrokken bij [minderjarige] en heeft hem ook al een aantal keer op gezocht in [verblijfplaats] . De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat de gezinsvoogd dit kan blijven doen. Daarnaast vindt de kinderrechter het in het belang van [minderjarige] als de gezinsvoogd de moeder kan ondersteunen bij het maken van opvoedbeslissingen.
4.5.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen tot 8 december 2024.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 8 december 2024;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2023 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. H.I.E. Mutsaerts als griffier, en op schrift gesteld op 6 december 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.