Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in te [verblijfplaats] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: 14 juni 2022] zag ik hem in een ander voertuig rijden; een zwarte Citroen C1 met het kenteken [kenteken] . [2] De volgende ´confrontaties´ hebben plaatsgevonden:
de rechtbank begrijpt: WhatsApp]. In dit bericht zou de volgende tekst staan: " [slachtoffer 2] ik maak je af!". [slachtoffer 2] zijn mijn initialen van mijn voor en achternaam. Ik weet zeker dat hij mij daarmee bedoeld omdat wij samen een vervelend verleden hebben. Ik herken [verdachte] op de profielfoto van het account die dit bericht heeft geplaatst. [8]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 november 2023;
- de aangifte van [slachtoffer 1] van 14 februari 2023.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.BESLAG
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaren;
- beveelt dat verdachte
dadelijk uitvoerbaaris.
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 1.037,99;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente
- verklaart [slachtoffer 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 1.037,99 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2.500,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2022 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2.500,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2022 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;