ECLI:NL:RBMNE:2023:6598
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning aan de [adres 1] te [woonplaats]
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan de [adres 1] te [woonplaats], vastgesteld op €319.000 per 1 januari 2021. Hij stelt dat de waarde te hoog is en dat niet alle relevante stukken, zoals de taxatiekaart met KOUDVL-factoren, zijn verstrekt. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en heeft een taxatiematrix met vergelijkbare woningen overgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende informatie heeft verstrekt en dat eiser niet tijdig heeft aangegeven welke stukken ontbraken, waardoor zijn bezwaren over de informatieverstrekking buiten beschouwing worden gelaten. De taxatiematrix toont aan dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld, mede doordat vergelijkbare woningen in dezelfde straat hogere verkoopprijzen hebben.
Eiser heeft aangevoerd dat de woning gedateerde voorzieningen heeft en dat een nabijgelegen woning met lagere verkoopprijs als referentie had moeten dienen. De rechtbank vindt de onderbouwing van de heffingsambtenaar over de staat van die woning en de kwalificaties van voorzieningen en onderhoud overtuigend en wijst het beroep af. De WOZ-waarde wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €319.000 wordt ongegrond verklaard.