ECLI:NL:RBMNE:2023:6603
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, stellende dat de waarde te hoog was vastgesteld op €1.043.000,-. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in de omgeving.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentiewoningen waren voldoende vergelijkbaar en de verkoopprijzen waren marktconform. Eiser had diverse beroepsgronden ingetrokken en andere werden door de rechtbank afgewezen, onder meer omdat de gebruikte taxatiematrix en indexeringspercentages voldoende inzichtelijk en controleerbaar waren.
De rechtbank wees ook het betoog af dat de taxatie onvoldoende onderbouwd was doordat niet alle KOUDVL-factoren waren toegepast, en dat een lagere waardering van het souterrain van een referentiewoning niet nodig was. Een nieuwe beroepsgrond over een waardedrukkend effect van een overpad werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft staan. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. van der Linde op 21 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.043.000,- wordt ongegrond verklaard.