ECLI:NL:RBMNE:2023:6604
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning aan voormalige pastorie
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een voormalige pastorie uit 1900, aan de hand van een lagere eigen taxatie van €769.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde van €852.000, gebaseerd op een taxatiematrix met drie vergelijkbare referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentiewoningen waren qua bouwjaar, type en uitstraling vergelijkbaar en de verkoopprijzen recent genoeg om representatief te zijn. De rechtbank verwierp de bezwaren over het ontbreken van KOUDVL-factoren en de gebruikte indexeringspercentages, omdat de heffingsambtenaar een andere onderbouwing mocht kiezen en de gebruikte gegevens controleerbaar waren.
Daarnaast werd het betoog dat de gemeentelijke monumentstatus en slechte isolatie een waardedrukkend effect zouden hebben, niet gevolgd. De heffingsambtenaar toonde aan dat nadelen en voordelen elkaar grotendeels compenseren en dat vergelijkbare referentiewoningen ook matig geïsoleerd zijn. Ook de stelling dat de ligging nadelig zou zijn, werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde terecht is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €852.000 wordt ongegrond verklaard.