ECLI:NL:RBMNE:2023:6605
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €352.000 per waardepeildatum 1 januari 2021. Na een bezwaarprocedure die ongegrond werd verklaard, is beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin vier vergelijkbare woningen werden gebruikt als referentie. De rechtbank oordeelt dat deze referentiewoningen passend zijn en dat de verschillen voldoende zijn meegenomen. Eiser trok meerdere beroepsgronden in, waaronder de toepassing van KOUDVL-factoren en correcties.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar in beroep een andere, toegelichte methode mag gebruiken waarbij ook de ervaring van de taxateur een rol speelt. De gebruikte indexeringspercentages zijn gebaseerd op openbare gegevens en leiden niet tot een ongelijkwaardige procespositie. Daarnaast is het waardeverminderende effect van een brandgang en matige isolatie door de heffingsambtenaar voldoende meegenomen.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €352.000 wordt ongegrond verklaard.