ECLI:NL:RBMNE:2023:6777
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing KOUDV-correcties
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een woonplaats, die door verweerder is vastgesteld op € 3.351.000,- per 1 januari 2021. Verweerder handhaaft deze waarde na bezwaar. De rechtbank beoordeelt of de vastgestelde waarde aannemelijk is gemaakt.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd met vijf referentiewoningen en hun verkoopprijzen. De rechtbank oordeelt echter dat niet inzichtelijk is gemaakt hoe de KOUDV-factoren (correcties voor verschillen tussen woningen) zijn toegepast. De taxateur kon op zitting niet motiveren waarom bepaalde correctiefactoren werden gehanteerd, waardoor de waarde niet aannemelijk is gemaakt.
Eiser heeft een lagere waarde voorgesteld van € 2.883.000,-, maar ook deze is niet onderbouwd met cijfermatige vergelijking. Gezien beide partijen hun waardes niet aannemelijk hebben gemaakt, vermindert de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs naar € 3.117.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en in het door eiser betaalde griffierecht. De rechtbank motiveert de keuze van een lage wegingsfactor voor het bepalen van de proceskostenvergoeding vanwege het beperkte belang en de geringe complexiteit van WOZ-zaken over woningen.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 14 december 2023 en is openbaar.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar € 3.117.000,- en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.