ECLI:NL:RBMNE:2023:6779
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening woningurgentie wegens niet voldoen ingezeteneneis
Verzoekster heeft een aanvraag tot woningurgentie ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, welke is afgewezen omdat zij niet voldoet aan de eis van minimaal één jaar ingezetene zijn van de gemeente Utrecht. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij behandeld zou worden alsof zij urgentie heeft.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verlenen van voorlopige urgentie feitelijk geen voorlopige maatregel is, omdat dit tot een feitelijk onomkeerbare woonsituatie kan leiden en andere woningzoekenden kan benadelen. Daarom wordt een dergelijke voorziening alleen toegekend als nagenoeg zonder twijfel vaststaat dat urgentie moet worden verleend.
De voorzieningenrechter constateerde dat verzoekster niet voldoet aan de ingezeteneneis en dat ook niet is gebleken dat zij aan andere voorwaarden voldoet. De stelling dat zij sociale binding met de gemeente heeft, is onvoldoende om de ingezeteneneis buiten toepassing te laten. Verder is niet gebleken dat het college toezeggingen heeft gedaan om zonder meer urgentie te verlenen. Wel is erkend dat het belang van haar minderjarige dochter niet kenbaar is betrokken bij de beoordeling van de hardheidsclausule, hetgeen het college in de bezwaarprocedure kan herstellen.
Ten slotte is vastgesteld dat verzoekster tijdelijk bij een schoonzus kan inwonen met medewerking van een woningcorporatie, zodat er geen acuut onderdakloosheid dreigt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en verzoekster moet de uitkomst van de bezwaarprocedure afwachten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toekenning van woningurgentie wordt afgewezen omdat verzoekster niet voldoet aan de ingezeteneneis en andere voorwaarden niet zijn aangetoond.