Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2023 in de zaak tussen
[vergunninghouder] B.V.(de vergunninghouder)
Rechtbank Midden-Nederland
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum heeft op 5 oktober 2022 een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijvencentrum op een perceel in [vestigingsplaats]. Eisers, eigenaar en huurder van nabijgelegen panden, maakten bezwaar tegen deze vergunning, met name vanwege vermeende strijd met het bestemmingsplan en de bouwhoogte.
De rechtbank stelt vast dat het bouwplan voldoet aan de toetsingscriteria van de Wabo, met uitzondering van een overschrijding van de bouwhoogte van 12 meter naar 13 meter. Het college heeft terecht gebruikgemaakt van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die een overschrijding tot 10% en maximaal 2 meter toestaat. De rechtbank volgt het college in de redelijke belangenafweging en het oordeel dat het beoogde gebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan, ook niet vanwege het aantal bedrijven of de aanwezigheid van kantoorunits.
Eisers voerden aan dat de extra bouwhoogte zou leiden tot meer verkeersbewegingen en bedrijfsschade. De rechtbank oordeelt dat de extra meter bouwhoogte geen extra bouwlaag creëert en geen toename van verkeer veroorzaakt. Het college heeft de ruimtelijke gevolgen van het toegestane gebruik terecht niet betrokken bij de vergunningverlening.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. van der Linde op 14 december 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen van het bedrijvencentrum is ongegrond verklaard.