Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV dat de Ziektewet-uitkering van haar ex-werkneemster doorliep vanaf 2 maart 2018. Na handhaving van dit besluit door het UWV stelde verzoekster beroep in, maar trok dit later in onder de voorwaarde dat proceskosten en een schadevergoeding zouden worden toegekend.
Het UWV kende vervolgens aan de ex-werkneemster een WIA-uitkering toe wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, maar dit besluit staat los van het bestreden besluit over de ZW-uitkering. De rechtbank concludeert dat het UWV niet geheel of gedeeltelijk aan verzoekster tegemoet is gekomen door de toekenning van de WIA-uitkering.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af omdat het bestreden besluit niet is herroepen of vernietigd. Tevens verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot schadevergoeding, omdat dit niet binnen de bestuursrechtelijke procedure valt.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.