ECLI:NL:RBMNE:2023:6848
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening wegens opschorting kapwerkzaamheden
De Utrechtse Bomenstichting heeft bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht voor het vellen, verplanten en herplanten van bomen aan de Europalaan Noord. Omdat het bezwaar niet leidde tot schorsing van het besluit, heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat de bomen zouden worden gekapt tijdens de bezwaarprocedure.
Kort voor de zitting heeft de projectmanager namens vergunninghouder, een onderdeel van de gemeente, toegezegd de kapwerkzaamheden op te schorten tot twee weken na de beslissing op het bezwaar. Hierdoor heeft verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college stelde zich op het standpunt dat geen reden bestond voor proceskostenveroordeling omdat het besluit niet was opgeschort en niet was tegemoetgekomen op de gronden van verzoekster. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de toezegging van vergunninghouder als tegemoetkomen door het bestuursorgaan moet worden gezien en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling toe.
De proceskosten werden vastgesteld op € 837,- en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wordt veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten wegens toezegging tot opschorting van kapwerkzaamheden.