ECLI:NL:RBMNE:2023:687
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen WOZ-beschikking
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker beroep ingesteld tegen een WOZ-beschikking van de heffingsambtenaar van een gemeente. Na twee uitspraken op bezwaar en een correctie van de WOZ-waarde heeft de heffingsambtenaar het bestreden besluit ingetrokken. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en gevraagd om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft tijdens de zitting op 28 november 2022 het verzoek tot proceskostenveroordeling behandeld. De heffingsambtenaar erkende de fout en bood aan het griffierecht te vergoeden, maar betwistte vergoeding van overige kosten. De rechtbank oordeelde dat verzoeker kosten heeft moeten maken voor het indienen van het tweede beroepschrift om zijn rechten te waarborgen en dat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelde de rechtbank de proceskostenvergoeding vast op €837, exclusief het reeds toegezegde griffierecht van €49. De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door rechter K. de Meulder op 9 februari 2023.
Uitkomst: De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten aan verzoeker.