Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2023:6870

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
565480 / HA RK 23-220
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek rechter ongegrond verklaard wegens gebrek aan partijdigheid

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die haar zaak behandelde, stellende dat de rechter bij binnenkomst een toezegging had gedaan het bewind op te heffen en later daarop was teruggekomen, en dat de rechter partijdig zou zijn ten opzichte van een vertegenwoordiger van de GGD Flevoland.

De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en onderzocht of de rechter onpartijdigheid had geschonden. Uit de zittingsaantekeningen bleek geen aanwijzing dat de rechter een toezegging had gedaan waarop zij later was teruggekomen. Ook was er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, ondanks dat verzoekster vond onvoldoende gelegenheid te hebben gehad om te reageren.

De wrakingskamer oordeelde dat de rechter voldoende gelegenheid bood om het standpunt naar voren te brengen en de orde op de zitting te handhaven, wat niet wijst op vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 565480 / HA RK 23-220
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van19 december 2023
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoekster] ,uit [woonplaats]
(hierna: verzoeker),

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
 het wrakingsverzoek van verzoekster van 7 november 2023;
 de reactie van mr. A.M. Crouwel (hierna: de rechter) van 13 november 2023 en
 een e-mailbericht van verzoekster van 30 november 2023 met daarbij onder meer
e-mailberichten die zij heeft gestuurd aan de rechter.
1.2.
Het wrakingsverzoek is op 5 december 2023 met gesloten deuren behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (hierna: de wrakingskamer). Bij de mondelinge behandeling is verzoekster verschenen. De rechter is met voorafgaand bericht niet verschenen.
1.3.
Verder is de provisioneel bewindvoerder van verzoekster, [A] , van [organisatie] B.V., als toehoorder bij de mondelinge behandeling op
5 december 2023 aanwezig geweest.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek tot wraking is gericht tegen de rechter als behandelend rechter, in de zaak met het zaaknummer 9587463 MT VERZ 21-7260.
2.2.
Verzoeker heeft twee redenen ten grondslag gelegd aan haar wrakingsverzoek. In de eerste plaats heeft de rechter volgens haar bij binnenkomst van verzoekster in de zittingszaal op 30 oktober 2023 gezegd dat zij het bewind zou opheffen. Later op de zitting is de rechter hierop teruggekomen. Ten tweede vindt verzoekster dat de rechter “partijdig is met” [B] (hierna: [B] ) die op de zitting van 30 oktober 2023 aanwezig was als vertegenwoordiger van de GGD Flevoland. Op verzoek van de GGD Flevoland is provisioneel bewind ingesteld.
2.3.
De rechter heeft niet berust in de wraking. In haar schriftelijke reactie ontkent zij dat zij bij binnenkomst van verzoekster in de zittingszaal zou hebben gezegd dat het bewind zou worden opgeheven. Dit kan volgens haar ook niet uit het proces-verbaal van de zitting worden opgemaakt. Ook geeft zij aan dat zij niet partijdig is. Zij heeft [B] als partij in de zaak het woord gegeven op de zitting en getracht de informatie die [B] gaf te toetsen bij verzoekster.

3.De beoordeling

Het beoordelingskader
3.1.
Elke rechter die een zaak behandelt kan op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. [1]
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter die de inhoudelijke zaak behandelt schade lijdt en kan alleen daarover een beslissing nemen. Dit betekent dat de wrakingskamer geen beslissing kan nemen over het bewind dat is ingesteld. Ook kan de wrakingskamer geen oordeel geven over de vraag of
[B] haar werk goed doet.
3.3.
Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn als uit zijn overtuiging of gedrag van de rechter persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaven beoordelen.
Is de rechter tijdens de zitting teruggekomen op een gedane toezegging?3.4. De wrakingskamer stelt voorop dat de van de zitting van 30 oktober 2023 opgemaakte zittingsaantekeningen en de daaraan gehechte aantekeningen van de griffier, leidend zijn voor wat betreft de gang van zaken tijdens die zitting. Die aantekeningen geven de wrakingskamer geen aanknopingspunten dat de rechter aan het begin van de zitting een toezegging zou hebben gedaan waarop zij later is teruggekomen. Deze wrakingsgrond slaagt dus niet.
Is de rechter op de hand van [B] ?3.5. Verzoekster heeft op de zitting van de wrakingskamer toegelicht dat zij van de rechter op de zitting van 30 oktober 2023 onvoldoende de gelegenheid heeft gekregen om te ageren tegen de volgens haar onterechte aantijgingen die [B] op deze zitting tegen haar deed. Ook heeft zij onvoldoende uitleg kunnen geven over de incidenten die op vier opeenvolgende dagen (van 11 tot en met 14 oktober 2023) hebben plaatsgevonden. Volgens haar blijkt hieruit dat de rechter op de hand van [B] is.
3.6.
De wrakingskamer is het niet met verzoekster eens en zal dat hieronder toelichten.
3.7.
Uit de aantekeningen van de zitting van 30 oktober 2023 blijkt naar het oordeel van de wrakingskamer dat verzoekster van de rechter voldoende de gelegenheid heeft gekregen om op deze zitting het woord te voeren en haar standpunt over het geschil naar voren te brengen. De rechter heeft weliswaar een aantal keren aan verzoekster gevraagd even stil te zijn en niet meteen te reageren op wat de anderen aanvoerden, maar dat was om ook hen de kans te geven om hun standpunt over het geschil naar voren te brengen. Het is een van de taken van de rechter om de orde op de zitting te handhaven. Daar hoort ook bij dat zij alle procesdeelnemers de gelegenheid geeft om – zonder dat daar door een andere deelnemer doorheen wordt gepraat – hun standpunt toe te lichten en te reageren op wat een ander heeft gezegd. Daarbij kan de rechter één van de aanwezigen vragen te wachten met reageren tot de ander is uitgesproken. Dit leidt niet tot de conclusie dat de rechter vooringenomen of partijdig is of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Deze wrakingsgrond slaagt dus ook niet.
Conclusie
3.8.
De conclusie van het voorgaande is dat naar het oordeel van de wrakingskamer de onpartijdigheid van de rechter geen schade lijdt. Daarom zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond verklaren.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 9587463 MT VERZ 21-7260 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. R.C. Stijnen en
mr. M.E. Heinemann als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door
mr. I.C. de Zeeuw-‘t Lam, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Artikel 36 Rv Pro.