ECLI:NL:RBMNE:2023:689
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente betreffende de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €305.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde na bezwaar, waarna eiser in beroep ging. Tijdens de zitting op 3 februari 2023 was eiser aanwezig, maar verliet de zaal zonder toelichting.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, aangezien het tijdig per post is ingediend. De kern van het geschil betreft de waarde van de woning; eiser stelt een veel lagere waarde voor, tussen €50.000 en €100.000. De heffingsambtenaar heeft de waarde gebaseerd op vergelijkbare woningen in dezelfde omgeving, rond de waardepeildatum.
De rechtbank acht de door de heffingsambtenaar gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en vindt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Eiser heeft zijn standpunten onvoldoende onderbouwd, bijvoorbeeld door het ontbreken van bewijs voor de vermeende staat van onderhoud. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.