De man, biologische vader van een bijna elfjarige pleegzoon, verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor erkenning van het kind en om uitbreiding van de omgangsregeling. De moeder is ontheven van het gezag en de gecertificeerde instelling (GI) is belast met de voogdij. Het kind woont sinds zijn geboorte bij pleegouders in een stabiele omgeving en heeft vier keer per jaar begeleide omgang met de man.
De rechtbank oordeelde dat de erkenning het risico met zich meebrengt dat de sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt. De man heeft wisselende uitlatingen gedaan over zijn rol, wat onrust kan veroorzaken. De bijzondere curator, GI, pleegouders en Raad voor de Kinderbescherming uitten ernstige zorgen over mogelijke spanningen en vervolgprocedures.
Ook het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling werd afgewezen. De omgang verloopt momenteel onder begeleiding en het vertrouwen tussen partijen is onvoldoende opgebouwd. De rechtbank benadrukte dat uitbreiding alleen mogelijk is bij wederzijds vertrouwen en in het belang van het kind. De huidige omgangsregeling blijft van kracht om de stabiliteit en veiligheid van het kind te waarborgen.